Gelukszoekers, deel 2

centre-pompidou

Aan het eind van de afgelopen zomer werd uw schrijfster geconfronteerd met asielzoekers die gerangschikt op matrasjes lagen onder een trendy bar met uitzicht over de Seine. Het is alweer even geleden, maar desalniettemin is die onplezierige confrontatie blijven doorsudderen in mijn gemakzuchtige geest. De vluchtelingen bleven in het nieuws en bovendien fladderden er uitnodigingen voorbij in mijn Facebook-nieuwsfeed, waardoor het een beetje ongemakkelijk werd om de hele tijd niet op die uitnodigingen in te gaan.

Dus toen op een dag vriendin Mathilde vertelde dat ze zich ontfermde over een Soedanees zag ik daarom uiteindelijk een kans die ik niet langer kon ontwijken. Ik zou mij nuttig maken in het begeleiden van een Soedanees +1 naar de bibliotheek van het Centre Pompidou, alwaar Mathilde hen een gratis computercursus Frans wilde tonen. Een eerste stap naar hun Franse integratie, zeg maar.

Ik was natuurlijk best nieuwsgierig hoe een Soedanees er nou in het echt uit zou zien. Suspense dus, wachtend bij de metro-uitgang waar de Soedanezen op een gegeven moment uit moeten komen. Extra suspense omdat de Soedanezen op zich laten wachten en Mathilde een telefoontje pleegt om te vragen of ze het wel kunnen vinden. Ze kunnen het vinden.

Als je als asielzoeker in Frankrijk belandt kun je niet veel beter terecht komen dan bij Mathilde: in haar leukste Franse Engels heet ze de twee Soedanezen welkom en op een aller hartelijkste en vrolijkste manier legt ze uit wat het plan is. Te voet naar het Centre Pompidou, alwaar we om argwanende mensen te vermijden – we hebben hier per slot van rekening te maken met illegalen – bij de ingang moeten doen alsof we vrienden zijn en vooral niet te veel praten. Dan laat de sécurité en het personeel ons waarschijnlijk wel met rust.

De Soedanezen lachen breed, glanzend en glimmend. Ze kijken even vrolijk als Mathilde en zien er bovendien kraakschoon uit, in gladgestreken broeken en overhemden die er op een of andere manier totaal niet westers uit zien.

Onderweg naar het Centre Pompidou proberen we luchtige praatjes te maken. Mathilde met haar Soedanees, en ik met de +1.

‘Hoe gaat het met jullie?’ begin ik maar, waarbij ik meteen bedenk dat dat een stomme vraag is voor iemand met een recent traumatisch verleden. ‘Half goed’ zegt de Soedanees. Alsof ik ‘m daarna zou kunnen vragen of ie een goede reis had gehad.

Dan maar een andere vraag, hoe het in hun opvangcentrum in Boulogne is: een stuk beter dan het tentenkamp van Barbès waar Mathilde ze had ontmoet. In Boulogne slapen ze met meerderen op een kamer, hoewel dat niet zeker is want ik begrijp de Soedanees niet heel erg goed en hij mij ook niet. Ik vraag hoe lang ze nog kunnen blijven en de Soedanees zegt denk ik twaalf dagen. En dan? vraag ik. Dat weet ie nog niet. Eigenlijk wilde hij door naar Engeland maar nu denkt hij toch in Frankrijk te blijven, vandaar dat hij Frans wil leren.

Dan vraag ik waar uit Sudan hij komt – ook een stomme vraag want ik kan alleen bedenken dat er een onderscheid is tussen noord en zuid – en hij noemt een lijst met Afrikaanse landen op. Tenslotte bedenk ik dat alle vragen dom zijn in relatie tot een traumatische bootreis en vraag ik maar of hij een beetje Parijs heeft kunnen ontdekken, qua toerisme. Nou, ze wilden naar de Eiffeltoren maar waren toen een verkeerde RER-trein ingestapt en toen waren ze heel ergens anders terechtgekomen.

De bibliotheek van het Centre Pompidou binnenkomen blijkt geen enkel probleem, maar daarentegen lijkt iedereen om ons heen verwonderd te kijken naar onze nieuwe Soedanese vrienden.  Er bestaat voor niemand enige twijfel over de situatie.

Om van de computers gebruik te kunnen maken moeten we naar de balie, waar een vriendelijke, licht chaotische toestand ontstaat rondom ons gezelschap. Er blijken meerdere cursussen Frans te bestaan, van diverse uitgevers, en dan ook nog al dan niet vanuit het Arabisch. De bibliothecaresse legt het allemaal heel geduldig uit in het Frans, waarop Mathilde het in haar Engels vertaalt, waarop de Soedanezen glimlachen. Tot een oudere man zich in ons gezelschap mengt en het direct naar het Arabisch kan vertolken. En nog een vrouw, die hetzelfde doet.

Men wil weten wat de situatie van de Soedanezen precies is en wat ze hier komen doen en met ze afspreken, mochten ze hulp nodig hebben. Na een kwartier aan de balie is er nog steeds niet veel duidelijk, maar iedereen is erg aardig en uiteindelijk krijgen we een bonnetje met een toegangscode en nemen we plaats achter de computers, die elk zijn omringd door kleine schermpjes ten behoeve van de privacy van elke bibliotheekbezoeker.

Voor de vorm heb ik een cursus Pools geleend en ik begrijp helemaal niets van de module. Het zal vast hele goede pedagogische software zijn, de interface uit 1997 ziet er erg ingewikkeld uit voor me. Ik hoop dat het bij de Soedanezen beter afgaat.

Gelukkig wel, vinden ze zelf, en dat is mooi. Mathilde zegt tegen de Soedanezen dat ze ook tegen de andere asielzoekers in Boulogne kunnen zeggen dat ze hier naartoe kunnen komen. De mevrouw die responsable is voor de leercomputers vindt dat goed en ze is zelfs bereid een groepsrondleiding te geven om verloren vluchtelingen bekend te maken met de faciliteiten.

Dat lijken de Soedanezen niet echt te begrijpen, ook niet als Mathilde deze boodschap herhaalt.

Mathilde en ik vragen ons af of de Soedanezen uit zijn op een concurrentievoordeel ten opzichte van hun mede-asielzoekers, maar we kunnen er enkel naar gissen want ze glimlachen heel vriendelijk.

We lopen terug, door de licht-gedateerd-futuristische bibliotheek met roltrappen en ik vraag aan mijn Soedanees of hij het leuk vond hier. Ja, zegt hij met een grote glimlach en hij vraagt of ik een vriendje heb en of ik een keer bij hem wil komen eten. Dat wijs ik vriendelijk af en dan is het tijd om afscheid te nemen.

Mathilde legt uit hoe de Soedanezen naar de metro kunnen lopen en zegt dat ze haar altijd kunnen bellen als ze nog vragen hebben. Ik zeg tegen Mathilde dat het wel heftig is, dat ze al binnen zo’n korte tijd geen huis meer hebben en zo. Maar Mathilde zegt dat ze nog vier maanden in Boulogne kunnen blijven, en volgens haar hebben ze de Eiffeltoren uiteindelijk ook met succes bekeken. Dus misschien valt het wel mee.

Verdere vragen bleken de Soedanezen niet meer te hebben, Mathilde heeft geen telefoontje meer van hen gekregen. Ik had er daarentegen wel een paar vragen, maar die zullen nooit een antwoord krijgen. Hoe ze het nu maken weten we dus niet, maar ik ben er soms wel benieuwd naar.

2 gedachtes over “Gelukszoekers, deel 2

  1. Super dat er zo wordt omgegaan met deze vluchtelingen, dat mensen bereid zijn om bij te springen om de bibliothecaresse te vertalen en zij nu liever in Frankrijk willen blijven dan door te reizen naar Engeland. Ben ook weer helemaal blij, aangezien ik net weer treintickets heb geboekt naar Parijs voor 34 eurotjes (http://goedkoop-treinkaartje.nl/goedkope-treinkaartjes/treinreis-naar-parijs). Verblijf 2 weken bij vrienden, zoals ik al zo vaak heb gedaan.

    Parijs is echt een stad naar mijn hart en hoop dat ik daar ooit nog een keer mag wonen. Voorlopig houdt mijn werkgever me in Nederland (haha).

    P.S. Leuke blog, ga je zeker volgen!

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s