De banlieue

Kaart banlieue met vraagtekens

Eigenlijk gaat dit blog per definitie niet over de banlieue, want hij gaat over Parijs. Het was dan ook nooit in me opgekomen om over de voorsteden van Parijs te schrijven, want een beetje Parisienne als ik ben betreed ik nimmer een voet buiten de stadsmuren van mijn prachtige bastion. Tot een reisje naar het vliegveld dat me opeens het idee gaf: hee, er zijn ook een heleboel mensen die niet in Parijs wonen maar wel vlakbij en dat stedelijke gebied reikt best wel ver. (!)

Een horizonverbredende gedachte, dus.

Veel mensen, in Nederland tenminste, krijgen negatieve associaties als ze het woord “banlieue” horen. Dat komt omdat er in 2005 rellen zijn geweest. Sindsdien is er niet echt sprake geweest van corrigerend positief nieuws over dit geografische gebied. En dus denkt men dat de banlieue bestaat uit grimmige, grote, grauwe, door half dierlijke, half duivelse mensen bewoonde flatblokken en dat de economie er uitsluitend is gebaseerd op drugs, en dat het schieten op politiemannen en het in brand steken van auto’s er worden gezien als dagelijks vermaak.

Een noordelijke rit met de RER B – dit is de naam van de regionale trein die naar het vliegveld Charles de Gaulle leidt – ontkracht dit beeld helaas niet echt.

En dit is niet heel hoopgevend voor het imago van de banlieue dus, met betrekking op de toeristen die Parijs per vliegtuig bezoeken.

(Even een intermezzo over de RER B: de RER roept bij de Parijzenaar een emotie van afschuw op. Afschuw, niet alleen omdat het voertuig een mens buiten de stadsmuren brengt, maar ook omdat de ellendige treinen door veel en veel te veel forenzen worden gebruikt waardoor de stoeltjes zich in een lugubere toestand bevinden. Het zitkussen lijkt tegen de reiziger te zeggen: ik zit zo vol met bacteriën, stank en schurft dat u – zichzelf respecterend mens dat u bent – lekker zou blijven staan, maar toevallig weet ik dat uw treinreis een uur duurt en dat is toch een beetje lang om te blijven staan dus HA u neemt toch maar plaats!

En daar zakt u dan in de muffe textuur, met uw bips. En dan bedenkt u als Parijzenaar dat dit voor sommige mensen dagelijkse kost is. En daar houdt uw denken dan ook meteen op, want verder nadenken zou alleen maar leiden tot denken over dingen waar u niet over wilt denken.

(Niet alle RERs hebben een even slechte reputatie, qua zitvlakken dan wel qua reizigers. Afhankelijk van het traject van de RER riskeert men in meer of in mindere mate te worden beroofd, uitgescholden of beledigd, hoewel dit statistisch gezien misschien ook wel mee valt. (Weet ik niet.)))

Maar, niet alle banlieues zijn “zo”, kan ik tegen de vooroordelen in brengen, wat natuurlijk niet zo respectvol is naar de banlieues die wél “zo” zijn. Want het zit een beetje ongemakkelijk, tijdens zo’n rit in de RER B: ik voel alsof op mijn voorhoofd staat geschreven “OKEE IK HEB MIJN DAGELIJKSE EUVEL EN WOON OP TWINTIG VIERKANTE METER MAAR DE MENSEN DIE NAAST MIJ ZITTEN VINDEN MIJ ONGETWIJFELD EEN VERWEND NEST ZIEN EN IK HEB DUS GOED GEZEGD NIETS TE KLAGEN”. Een eerste wereldprobleem zeg maar, terwijl de tweede wereld vijf kilometer verderop woont, en nu even in de trein naast me zit.

Of zou iemand uit Saint Denis of La Courneuve er wel zo tegenaan kijken? Want het kan ook heel goed zijn dat een heleboel mensen er vreugdevol leven en dan zit ik maar politiek schijncorrect te denken, terwijl al die mensen helemaal niet zitten te wachten op het pretentieuze ende stressvolle leven in town. Misschien heeft de banlieuesard het best wel gezellig, in zijn wijkje? Ook al is ie misschien dan wel niet heel mooi, maar dan toch vertrouwd. Onder ons, weet je wel. Of zoiets.

Er bestaan ook “normale” banlieues: mensen die een “normale” baan hebben, een “gemiddeld” gezin van twee en een halve kind en ’s winters skiën en ’s zomers naar de kust gaan. De gemiddelde collega die men groet maar nooit echt spreekt. Men begrijpt nooit echt hoe het deze personen lukt om ’s ochtends les enfants naar de crèche te brengen, nagels te lakken dan wel perfecte das te strikken en middels RER-rit nog voor u, luie persoon die u bent, op kantoor te verschijnen. Maar ze doen het. Omdat de oppervlaktes van de woonruimtes bij hen iets meer lijken op normale, westerse standaarden – schijnt. Dat de forenscollega voor een gezellig cafeetje of bioscoopje van legendarische RER afhankelijk zijn, dat is dan maar een feit waar Parijzenaars diep op neer kijken en de forens zich bij neer legt.

Tenslotte is ook nog te noemen: de luxe banlieues, waarvan Neuilly sur Seine de hoofdaanvoerder is, weet ik toevallig. Vlak tegen Parijs aan gelegen, in het westen, spreken we over de veilige haven voor alles wat geld heeft. Maar rijke gebieden zijn overal hetzelfde en behoeven geen verdere uitleg.

Dat was het wel, qua banlieues, geloof ik. Als ik nog meer speculeer over dit onderwerp beland ik in de fantasie en après tout is dit geen fictieblog. Maar wellicht dat het een steentje kan bijdragen aan een genuanceerder beeld over de omgeving rondom mijn stad. Want deze idealistische doelstelling ondersteunt Bises de Paris natuurlijk wel, vanuit een comfortabel Parijs.

5 gedachtes over “De banlieue

  1. Neem de RER-B ook eens naar het zuiden. Dat is een mooier traject dan naar het Noorden. Je komt al vrij snel langs Parc de Sceaux. Dat is een groot park, met een groot kanaal erin dat niet onder doet voor dat bij Château de Versailles. Althans, laten we zeggen dat het het kleine broertje is van de hofvijver in Versailles. Er staat ook een château in, waar ik vorig jaar nog trouwfoto’s heb genomen van een bevriend stel. En ik weet dat professionele bruidsfotografen zich daar ook ophouden voor zaken. Tot slot schijnen de bloesems van de fruitbomen in dit park magnifiek (om er maar eens een woord van Franse (is dat nou met hoofdletter of niet?) oorsprong in te gooien) te zijn in de lente. Ik kan dit alleen empirisch niet bevestigen (nooit gezien).

    Na Massy-Palaiseau, waar de forenzen en masse (weer eentje!) de trein verlaten, wordt het landschap landelijker en lieflijker. Ik moest er dan bij Le Guichet (‘Het loket’, een vrij algemene naam voor een station. Pesterig…?) uit en dan was het nog twaalf minuten lopen naar de zwaar verouderde campus van Université Paris-Sud (onder de Parijzenaren beter bekend onder haar plaatsnaam: Orsay). Natuurlijk is twaalf minuten lopen voor een Nederlander onacceptabel, dus ik heb geloof ik binnen twee weken een fiets op dat station neergezet, zodat het nog maar vijf minuten fietsen was.

    Maar goed, het eerste stuk, tot aan Massy-Palaiseau kan ‘tough’ zijn (‘dur’, zouden de Fransen zeggen). Vaak geen zitplaats, maar als sardientjes in een blik dansen om de paal met de handgreep midden achter de deuren. Een gevecht én een dans. Als bij Massy-Palaiseau de hele meute – vaak de mensen in pak – vertrok, kon ik eindelijk zitten.

    Ik herinner me dat op één van deze ritten een Fransman het woord nam in de overvolle RER B. Dat was in de ochtendspits. Weer sardientjes in een blik. Hij begon een tirade (Frans woord?) in de geest van: “Het is alsof we hier opeen gepakt staan in een trein naar Auswitsch! Wie is verantwoordelijk voor het vervoer in de RER? C’est le directeur RATP! Et c’est qui le responsable pour le RATP? C’est le ministre du transport! Et c’est le responsable pour le ministre du transport? C’est le président de la république!” Kortom, een driftig staaltje Hollande bashing in de vroege ochtend!

    Ik heb twee jaar en acht maanden van Parijs naar Orsay gereisd op deze manier. Reistijd deur tot deur: één uur. Maar vaak waren er storingen in de avond en stond je rustig 10 minuten stil op een station. De mensen zuchten en steunen dan in reactie op de zakelijk omroep van de machinist. “Suite à un coli suspect à Gare du Nord, le traffic est…”. Gewoon kalm blijven. Het ergste wat er dan kon gebeuren was dat de trein als ‘omnibus (zoals ze dat dan zo mooi zeiden) verder gaat naar Parijs’. Wat betekende dat de trein op elk station stopt, terwijl de trein normaal altijd een deel van de stations aandeed.

    Achteraf vraag ik me af hoe ik dit twee jaar en acht maanden heb volgehouden. Kwestie van gewenning denk ik. Overigens zijn er ook geheel nieuwe RER treinstellen. Die heb ik in het laatste jaar gezien. Die koppelden ze dan aan de oude treinstellen. Ze gebruiken beide dus door elkaar heen, zonder systeem. Met de Franse slag zou je kunnen zeggen.

    Like

    1. Dank voor je uitgebreide reactie Jeroen. Toevallig ben ik vorige week in het parc van Sceaux geweest; kasteeltje heb ik ook bezocht en het is werkelijk mooi.

      Het stukje was een beetje gechargeerd, om een beetje de spot te drijven met hoe Parijzenaars tegen de banlieue aan kijken.

      Wat ik inderdaad niet heb verteld is dat je met een ruim halfuur in diezelfde RER ook op het platteland kan komen, daar kastelen en anders moois bezoeken. Misschien maak ik daar ook nog wel een blog over. 😉

      Like

  2. Leuk stukje en een (eerste?) poging om de banlieus wat te de-demoniseren voor de doorsnee Nederlander? Ikzelf woon nu al weer 5 jaar in de stad Parijs, maar de familie van mijn vriendin wonen buiten Parijs. Het is inderdaad waar dat de parisien een ietwat laagdunkende mening over alles buiten de stad heeft. Tegelijkertijd is het mijn ervaring dat de banlieu een waar mozaiek van levensomstandigheden is, van platteland tot niet zo fijn tot ware weelde. Laten we wel wezen: die pakweg 12 mijoen mensen in de Ile-de-France die niet parisiens zijn, kunnen zeker niet allemaal over een kam worden geschoren. Veel sterkte met je blog!

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s