Hoe om te gaan met zwervers?

Niet, kun je heel makkelijk beantwoorden. Want zo gaat het meestal.

Sinds ik in Parijs woon heb ik het niet zo humane mechanisme ontwikkeld om te doen of ik ze niet zie, de daklozen. En als ze in de hardop om geld vragen, doe ik of ik het niet hoor. Heel erg, maar iedereen doet het. Omdat het er veel te veel zijn. En dat is natuurlijk geen excuus. Juist niet. Maar er heel politiek correct over doen, is simpelweg hypocriet.

In Frankrijk heten zwervers “sans domicile fixe”, wat “zonder vast woonadres” heet. Ze zijn dus niet eens een zelfstandig naamwoord, enkel een eufemistische beschrijving. En alsof dat nog niet genoeg is, wordt die eufemisme ook nog eens afgekort tot “SDF”. Net geen EDF, GDF wat voor Electricité dan wel Gaz de France dat je van je maandelijkse vastenlastenrekening kent.

SDF: sans domicile fixe

Maar laten we wel wezen, als we onze aangenaam-leven-filter uitzetten, behoren de daklozen tot het stadsaanzicht van Parijs, evengoed als de boulangeries, de kalkstenen façades en de terrassen op de hoek van de straat. Sommigen kiezen als woonplek een verlaten brug, anderen slaan hun slaapzak op naast de mooiste toeristenattracties. Omdat ik ze eigenlijk nooit spreek weet ik niet wie ze precies zijn, waarom ze precies leven zoals ze leven, het is toch een beetje een gescheiden wereld. Dus bij gebrek aan informatie constateer ik enkele profielen:

Type 1: de klassieke zwerver

Een beetje tot goed in de war en per definitie excentriek en een tand kwijt, is dit de doorwinterde zwerver. Hij weet niet beter of de straat is zijn thuis. Meestal heeft ie onbedoelde dreadlocks. Het kan een einzelgänger zijn of juist een vrij sociabele. Meester in de het overleven in de buitenlucht lijkt het bijna een levenskunst, want ja, doe het maar na.

Naast mijn supermarkt  bivakkeert een groepje trouwe klassieke zwervers. In een straathoekje hebben ze een oranje bank neergezet, uit de jaren zeventig natuurlijk. Hij moet vast al vaker doorweekt zijn geweest van de regen maar ze zitten er toch op, want het is toch zachter dan een straatbankje, redeneer ik. Bovendien hebben ze ‘m dus strategisch naast de supermarkt geplaatst zodat ze met hun achterste op het zachte om geld kunnen vragen. Het lijkt alsof het groepje dikke matti’s met elkaar is, waardoor het bijna lijkt alsof ze in een woonkamer op straat leven. Als ik het me goed herinner hebben zelfs een tapijt naast die bank neergelegd.

Behoorlijk vreemd dus, vies ook, maar ongevaarlijk, die klassieke zwervers. Hun clowneske kant creëert een natuurlijke afstand. Ik had dan ook een minimalistische bonjour-relatie met de supermarktdaklozen.

Een keer kwam ik erachter dat er eentje mij, mijn boodschappen tillend, achterna was gelopen naar huis. Toen ik stilstond bij de voordeur om open te doen merkte ik het pas. De klassieke zwerver schrok net zo veel als ik en liep meteen weg. Daarna had ik even niet meer zo’n zin in die bonjour-relatie.

Type 2: de Roma

Wie kent ze niet? Universeel in Europa en direct te herkennen aan de hoofddoek, een klein kind op hun arm en de mekkerende vraag: “Avez-vous une petite pièce s’il vous plaîîîîîîîîîîîît’. In Parijs zijn ze nombreux.

Wat ik me afvraag, is hoe de vrouwen altijd toch maar een baby ter beschikking hebben. Ik bedoel, dat kind wordt toch groot. En ook al worden die kinderen er vrij jong op uitgestuurd om zelfstandig te bedelen, er is een periode waarin je te groot bent om in je moeders arm te liggen en nog te klein om geld te vragen bij andere mensen. Wat doen die moeders in de tussentijd met die kids?

Hoewel, ik heb wel eens een hele familie op straat zien liggen, met matrassen en al.

Type 3: de zielige vrouw

Goed, de twee eerste types had u ook wel kunnen bedenken. Deze wellicht ook: een wat oudere dame, die er simpelweg wat sjofel uit ziet. Vaak draagt ze een heleboel tassen. Ze is niet bepaald vunzig, ze maakt er het beste van. Maar boveal is ze zielig.

Zo neemt er eentje altijd mijn bus. Elke dag versleept ze zes grote shoppers van mijn wijk naar Châtelet zonder dat ik weet waarom. Een andere staat in de metrogang van de halte waar ik overstap. Ze lijkt niet per sé dakloos, maar staat krom en draagt al een jaar dezelfde vormeloze blauwe jas, heeft alsmaar hetzelfde kartonnen bekertje in haar hand, waar ik nog nooit een munt in heb gelegd.

Ze lijkt niet per sé dakloos, want toen iedereen in augustus op vakantie was en de metrogangen bijna leeg waren vroeg ik me af: ‘Moet zij ook niet eens op vakantie?’, om een milliseconde erna te beseffen wat er aan die vraag niet klopte.

Type 4: de zwerver die onzichtbaar probeert te zijn

Die zijn er overal, maar moeilijk te beschrijven omdat ze immers.. bijna onzichtbaar zijn. Het zijn de hoopjes mens in een straathoekje, verstopt onder dekens. In slaapzakken in de metrohaltes. Soms zie je ze pas omdat er hoopje spul begint te bewegen. Je struikelt er soms net niet overheen.

Type 5: de zwerver die de confrontatie opzoekt

Het kan natuurlijk zijn dat type 5 ook wel eens type 4 is: je kunt niet altijd maar de confrontatie opzoeken, dat lijkt me vermoeiend. En een niet-confrontatie-zoekende zwerver moet andersom ook de confrontatie opzoeken, want niemand legt geld neer bij zomaar een hoopje mens.

De meeste confrontaties vinden plaats in de metrowagons. Als er iemand met een niet-heldere stem een discours begint met ‘Mesdames, messieurs bonjour. Het spijt me u te moeten storen, maar ik ben sinds X maanden/jaren dakloos, want…’ dan is het weer zo ver: iemand vertelt, maar hard, waarom ie bedelt. Dat ie geen keuze heeft en of de Parijzenaar hem van een munt of een ticket restaurant kan voorzien. Iedereen kan het horen en iedereen doet alsof ie het niet gehoord heeft. Dan gaat ie de hele metro af op zoek naar mensen die vrijgevig zijn, maar ja na een flinke werkdag heb je niet veel zin in zo’n onaangename confrontatie.

Je hoort er bijna elke dag wel een. Afgelopen weekend was het een vrouw. Een moeder blijkbaar, die een zoon van 15 had. Een heel lang verhaal had ze, verschrikkelijk om aan te horen, het hield maar niet op. Het was te erg, en omdat mijn jeugdtraumaatjes vanzelfsprekend in het niet vielen bij die van de 15-jarige zoon die ik me probeerde te visualiseren, scheurde ik een ticket restaurant uit mijn boekje. Een lunch voucher ter waarde van 8 euro’s.

Ze reageerde alsof er een klein mirakel was gebeurd. Ik heb nog zelden iemand me zo dankbaar in de ogen zien kijken. Het geneerde me; wat maakte die lullige ticket resto nou helemaal uit ten aanzien van al die ellende? Die avond dacht ik aan haar terug toen ik een biertje dronk dat € 8,50 kostte.

Type 6: de zwervende jongelui

Ook in “je sterkste jaren” kun je dakloos zijn. Er zijn er genoeg, van mijn leeftijd en jonger, of net iets ouder – er is natuurlijk geen leeftijd voor – en daarmee lijkt het dakloze bestaan eng dichtbij. Soms zie je dat ze een spookkarakter hebben van wat ze even geleden nog moeten zijn geweest.

Velen lijken fittejkerels, die gemakkelijk zouden kunnen werken. Maar het kan natuurlijk snel verkeren: baan kwijt, woonruimte te duur, bij de vrienden in hun micro-appartementen kun je niet eindeloos logeren en met de familie ligt alles net te “ingewikkeld”; het lukt je net iets te lang niet om je innerlijke demonen te overwinnen, misschien iets te veel met drugs geëxperimenteerd en hopla, er is het leven op straat.

Tsja. Ik weet eigenlijk niet welke conclusie ik hieruit moet trekken. Zo is het altijd geweest in de grote steden, en zo zal het ook nog wel een tijdje doorgaan. Wat doet u eigenlijk ten aanzien van de daklozen?

5 gedachtes over “Hoe om te gaan met zwervers?

  1. Mooi geschreven, heel herkenbaar, ook op het platteland. Wat ik nog even heb gemist zijn de zwervers die met meestal grote honden zich in winkelstraten bevinden. Enger wordt het als het een heel groepje is. Zowel eigenaar als hond zien er angstaanjagend uit.
    Hoe zou je die noemen 😉 ?

    Franca

    Like

    1. Hm, die grote honden zie ik in Parijs eigenlijk maar weinig. Ook de daklozen hebben hier veelal kleine stadshondjes. In mijn lunchpauze zag ik nog een man zitten met een schattig pluizig beestje op schoot. Niet heel angstaanjagend. Hoewel er in Parijs natuurlijk ook griezels rondlopen, natuurlijk. Maar misschien zijn de plattelandsdaklozen simpelweg toch wat stoerder 😉

      Like

  2. Ben net terug van een paar daagjes Parijs. De Roma vrouwen die bedelend half zittend/liggend op de grond waren op de Champs Elysees ben ik talloze keren tegengekomen. Ik vind dit echt een aanfluiting voor de stad. In de metro zag ik veelal jongere mannen zitten met een bordje j’ai faim. Bij die laatste groep die er fysiek niet slecht uitzagen zat ik me af te vragen of ze geen werk kunnen vinden of zoeits.

    Like

  3. Het blijft triest, we kunnen ze niet allemaal in leven houden, maar je zult er door omstandigheden, maar zelf staan of liggen. We hebben het allemaal zo goed, natuurlijk, we hebben ervoor gewerkt of werken nog, maar af en toe een daklozenkrant kopen of wat euros spenderen, is beter dan meedoen aan grote akties, waar de miljoenenopbrengsten toch niet bij de getroffenen terecht komen.
    Jacqui.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s