Mensenvermijdtips

Mensen zijn paradoxale wezens en daar ben ik natuurlijk geen uitzondering op. Zo vraag ik me wel eens af waarom ik als toch à la base een mensenschuw persoon in een metropool ben gaan wonen. Grote menigtes maken mij kriegel en zuigen als ware het met een rietje alle energie uit mijn lijf. De Parijse bezigheid per vierkante meter doet me dan soms ook weinig goed.

U kent het vast wel van een zaterdagmiddag in de grote winteruitverkoop, of bij Ikea op tweede Paasdag, dat gevoel.

Welnu, mocht u ooit in Parijs komen en de rust willen opzoeken (hoewel dit meestal niet de reden is waarvoor u naar Parijs komt, lijkt me zo, maar dingen kunnen soms vreemd lopen), of in Parijs wil wonen maar precies bang bent voor dit alles dan zijn hier een paar goedbedoelde tips voor zomaar wat omstandigheden.

Druk perron op de metrohalte Opéra

Openbaar vervoer

—> De te vermijden situatie:

Een metrorit in de spits waarbij het concept “volle wagon” opnieuw wordt gedefinieerd doet een mens weinig goed.

Ook al is de metro onder de grond, het weer is wel degelijk van toepassing op het comfort van uw reisje: in de zomer houdt u zich staande door met uw zwetende hand de glibberige metalen paal vast te houden, nog klam van de vorige hand. Als de metro bruusk stopt bij een halte of elektriciteitsdefect valt u plots tegen de warme rug van uw buurman aan, terwijl u aan de andere kant wordt verpletterd door nog een ander zweterig lijf. In de herfst is de metrowagon een biotoop waarbij verkoudheden en andere virussen zeer wel varen.

En dan zijn er ook nog de ein wenig sociale gewoontes van uw medereizigers.

—> De oplossing:

De bus! Op een of andere manier heeft dit vervoermiddel een suffe reputatie. Een bus is natuurlijk langzamer dan een zoevende metro en Parijzenaars hebben daar geen tijd voor. Alleen bejaarden, gehandicapten en moeders met baby’s nemen de bus. (Alsof die niet stijlvol zijn in Parijs, tss.) Daarnaast heeft een bus ook iets provinciaals, dat is natuurlijk ook niet cool.

Maar des te beter! Want hierdoor kunt u zelfs in de spits op een stoeltje zitten, krijgt u een bijna gratis toeristentoer door Parijs en komt u geheel zen (10 minuten later) op uw werk aan. Ik doe het zelf zo vaak mogelijk! Ik woon aan de ene kant van de Seine en werk aan de andere, dus heb hiermee elke ochtend uitzicht op de Seine, Notre Dame en Eiffeltoren. Wie wil dat nou niet!

Het enige nadeel is dat je soms een rare buschauffeur hebt. Zo zou ik er graag eentje vermijden die me bij binnenkomst altijd op een perverse manier heel hard groet met: ‘BONJOUR CHARMANTE MADEMOISELLE !!’. En als ik dan weer uitstap: “BONNE JOURNEE CHARMANTE MADEMOISELLE !!” Maar het gaat me vooralsnog te ver om zijn dienstschema uit te pluizen om die vervolgens te ontwijken.

Exposities en musea

—> De te vermijden situatie:

2,5 uur in de rij staan voor de laatste tentoonstelling van het Grand Palais. In de druilregen. Vervolgens net voor sluitingstijd binnenkomen waardoor u langs de laatste werken van de expositie – la grande finale – moet joggen, wat niet lukt omdat er nog veel meer mensen binnen staan dan in de rij buiten. Zich tevreden stellen met de meesterwerken op twee meter afstand te zien, vanachter de kale hoofden van enkele rijen dikke en langzame toeristen die uw zicht belemmeren. Tenslotte maar ter compensatie die meesterwerken op postkaart kopen in de museumwinkel.

—> De oplossing:

Museumbezoek op atypische tijden. Dit is: vroeg ’s ochtends, doordeweeks (als u werkt: om 18 uur is het nog prima te doen) en op feestdagen op een lang weekend, waarbij alle Parijzenaars op een weekendje weg zijn. U kunt bij elk groot museum ook op internet een kaartje kopen. Dit is wel een beetje burgerlijk en weinig spontaan. Een minder truttige oplossing is om bij extreem weer erop uit te gaan, wanneer niemand erop uit wil. En anders zijn er nog altijd honderden obscure minimuseumpjes waar u immer zonder wachtrij terecht kan.

Winkels, restaurants, lunchzaakjes en bakkers

—> De te vermijden situatie:

Wederom: in de rij staan. Vanaf buiten ziet u dat de rij ergens naar binnen leidt. Eenmaal binnen ziet u dat de rij ergens naar een kassa leidt. Eenmaal vlakbij de kassa betaalt de dame op leeftijd vòòr u per chèque. Of moet er een zeer gepersonaliseerde bestelling worden geplaatst. Eenmaal dan echt bij de kassa is het favoriete product op, of is er iets mis met de barcode. Enfin, dit is universeel, maar in Parijs extra erg omdat de gangpaden krap zijn, u weinig tijd heeft, en uw mede-klanten zonder uitzondering veeleisend en daardoor tijdeisend zijn.

—> De oplossing:

Wederom: atypische tijden! Lunch haal ik vòòr 12.30 of na 13.30 uur, boodschappen bij voorkeur ’s ochtends (in tegenstelling tot in Nederland is er ’s ochtends geen kip in de supermarkt op zaterdagochtend). Voor alle niet-verorbbare aankopen is internet het walhalla.

Wonen

—> De te vermijden situatie:

Na een intense Franse werkdag, een zware commute en de struggle van een klantonvriendelijke supermarché balanceert u met uw twee volle plastic zakken naar huis. Maar de stoep is vol, een tegenligger botst tegen de tas in uw ene hand aan, waardoor de flessen en blikjes tegen uw been worden geslagen en u een blauwe plek krijgt. (Au.)

De straat oversteken: het licht is rood. U probeert het à la parisienne, tussen de stoplichten in, maar er zijn te veel auto’s. Eindelijk op uw adres aangekomen bent u de zes trappen omhoog wel gewend, maar went u minder graag aan uw onderbuurvrouw die u -bijna boven- uit valse interesse vraagt hoe het met u gaat omdat ze niets anders te doen heeft dan te friemelen in de levens van haar buren.

De dunne muren van uw charmante Parijse immeuble in combinatie met uw luidruchtige naast-buren wennen ook al zo langzaam. En de onmensen die graag in het midden van de nacht zomaar wat schreeuwen op straat nog minder. En het toeteren van de auto’s van dit temperamentvolle volkje al helemààl niet!!

—> De oplossing:

In een rustige buurt gaan wonen. Logisch. Want die zijn er in Parijs heus wel. Toegegeven, dit zijn niet echt de wijken “waar het gebeurt”, maar ô wat komt dat goed uit want gebeurtenissen mijdt u nu eenmaal liever. Rustige wijken vindt u voornamelijk aan de rive gauche maar ook het 16e en 17e, of zelfs het 12e arrondissement aan de rive droite zijn redelijk tranquille.

Zo, hier moet de menigtemijdende medemens toch een beetje mee uit de voeten kunnen. Het enige voorbehoud dat ik u moet geven bij deze tips is dat u ze nu niet allemaal tegelijk moet opvolgen en aan alle mensen moet doorvertellen, want dan werkt het natuurlijk niet meer!

6 gedachtes over “Mensenvermijdtips

  1. “BONJOUR CHARMANTE MADEMOISELLE ! BONNE JOURNEE CHARMANTE MADEMOISELLE !!” – this is something one will almost never be told in Amsterdam, in the bus or elsewhere. 🙂 As a woman you will simply feel invisible, which might be quite OK at the beginning, but not so nice (or healthy) on the long run. I must say I prefer the French ways on this occasion! :))

    Like

    1. Ha, true it would be a rare thing in Amsterdam! Although these kind of things can be flattering at some times (sometimes), if you would have seen this bus driver you would understand! 😉

      Your comment leads to an interesting topic tough. The fact that you mention the lack of attention Dutch men give to women as “unhealthy” got me thinking. When I arrived in Paris I felt so much more feminine and enjoyed the attention women get over here, but having lived there for a while I tend to get annoyed by it now quite easily. I guess I’m more northern than I thought at first! I might post about this at some point..

      Like

      1. Yes! Please, do post about it. It`s a good topic and I would like to hear your opinion about it. I also felt annoyed by these kind of compliments (especially when they came from someone I would not like to get compliments from) when I lived in Bucharest and felt incredibly happy in my first months/my first year in Amsterdam, where, as I said, nobody seem to notice me whatever I wore, good or bad. If I am to think back, I think I got 3 or 4 such positive remarks in all these 3 years since I am living in the Netehrlands. And they all came from people who didn`t exactly look Dutch or they were, in some cases, tourists. What happened is that I don`t seem to care so much about the way I look now and I am becoming more Dutch than I would have liked to. Comfort first, look after – if at all. Who would see it / appreciate it anyway? 😛

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s