Talking food

Kaas, charcuterie en wijn

Als ik de trein naar Nederland neem is een van de eerste dingen die me opvalt, als de Nederlandse grens voorbij is gereden: het decibelniveau. Nederlanders praten luider dan Fransen. Het Frans lijkt me een minder geschikte taal om in te bulderen dan het Nederlands, maar bovendien vinden Nederlanders al snel dat iets “moet kunnen”, waaronder een langdurig en luid een gesprek voeren in een treincoupé.

Dus of je het wilt of niet, je luistert al snel mee met een Nederlands gesprek. En hierbij valt dan weer op dat deze bovengemiddeld zeer praktisch van aard zijn. Zo namen laatst twee ambtenaren, achter mij gezeteld, uitvoerig de agenda door voor een missiereis naar een ministerie: hoe laat van het hotel weg, welk transportmiddel naar het conferentiegebouw… Of twee vrienden die met een enorme degelijkheid alle details van een hypotheek bespreken: verschil tussen die en die bank, aflosperiodes…gaap. Efficiëntie is volledig vervlochten in het brein van de Nederlander, en het verklaart denk ik voor een groot deel waarom zo’n klein landje met de minste werkuren van Europa toch altijd redelijk draait. Je kunt een nuttig gesprek hebben over de goedkoopste vliegtickets naar bestemming X, zonder je te generen om over geld te praten. Maar heel boeiend.. is het niet!

Ik kan me in ieder geval weinig van dit soort gesprekken met Fransen herinneren. Anders dan de pragmatische Nederlander, is de typische Fransman een kleine filosoof: elk praktisch, aards probleem wordt voorzien van een theorie, in verband gelegd met andere uit zijn leven gegrepen voorbeelden, om vervolgens genadeloos te worden weerlegd door zijn gesprekspartner. Zou je beginnen te praten over hypotheken, dan stel ik me voor dat de Fransman direct begint over de huidige president die een waardeloos beleid hieromtrent heeft, dat de tendens van de economie zo en zo en zo gaat, en dat alles alleen maar erger wordt. (Hiermee verenigt men meteen drie klassieke Franse bezigheden: filosoferen, klagen, en pessimisme.) Maar nooit zou de Fransoos over financiële detailles beginnen. En al helemaal niet een uur lang hierover door kunnen praten.

Daarnaast zijn er andere onderwerpen favoriet bij de Fransen:

  • Politiek: waarbij de ene negatieve superlatief altijd wordt overtroffen door een volgende. Het kon niet erger dan Sarkozy, en ja toch! Hollande doet het zowaar nog slechter in de peilingen
  • Cultuur: films, exposities.. Je hoeft ze niet per sé te hebben gezien om er een mening over te hebben.
  • Het Schandaal Van Het Moment: DSK, Bettancourt, de battle tussen Coppé en Fillon (de twee mogelijke opvolgers van Sarkozy die bekvechten om het UMP-leiderschap)… In de Franse elite is er altijd wel een corrupt iets aan de hand waar men zich goed over kan verontwaardigen
  • Eten.

En met name over dit laatste punt kan zonder einde worden uitgebreid. Toen we laatst met een Franse groep vrienden pizza bestelden, ging het gesprek als eerst over het feit dat de pizza’s te kort in de oven waren geweest. Vroeger was er een kok die wist hoe je pizza’s moet maken, maar dat had de huidige kluns helaas niet echt begrepen. Bovendien werd er verbeeld dat de doorsnede van de pizza’s toch enigszins was verminderd, toch een teken van de huidige crisis. Vervolgens werden diverse pizzeria’s in Parijs in de discussie gegooid, waarbij de één te prijzen was om hun dunne bodem terwijl de andere formidabele mozzarella gebruikte, niet dat rubber uit de supermarkt. Waarmee het gesprek kwam op een of andere manier kwam op: geitenkaas. Toevallig bleken er twee geitenkaasliefhebbers in de groep, waardoor een diep-inhoudelijke analyse van diverse soorten geitenkaas – zacht, hard, en halfzacht – werd gevoerd, en over waar precies die allerlekkerste halfzachte geitenkaas bij een of andere boer te krijgen was. Een jongen bracht in “Maar ik vind zachte geitenkaas juist wel lekker” Waarop een geitenkaasliefhebber antwoordde “Nee vriend, als je zachte geitenkaas lekker vindt ben je duidelijk géén échte geitenkaasliefhebber!”

Om een dergelijke uitvoerige discussie te voeren, is de vocubulaire voor het benoemen van de smaak van lekkernijen dan ook zeer divers. Als iets echt hemels lekker is, zo heerlijk dat je smaakpapillen acuut een orgasme krijgen, dan heet dat une tuerieeen slachtpartij. In de zin van: je gaat bijna dood van de smaaksensatie, maar nét niet, ZO lekker! Dus bijvoorbeeld: ce fromage de chèvre, c’est une tuerie !!

Ja ja, dat is pas met passie over eten praten.

En ik zit daar dan maar stil bij en luister. Want ik kan wel zeggen: hmm lekker, ik houd van geitenkaas! Maar daar houdt het dan al snel mee op. En toen het volgende onderwerp – wijn – werd aangesneden werd dat niet veel beter.

Waarmee ik een goed excuus heb om vooral door te gaan met het ontdekken van de culinaire specialiteiten alhier. Ik moet me er toch uiteindelijk een mening over kunnen vormen.

4 gedachtes over “Talking food

  1. ik heb je blog sinds kort ontdekt. je observaties zijn vaak erg herkenbaar en raak. ik woon zelf al 30 jaar in Parijs en vind het erg verfrissend om je stukjes te lezen ook al zal ik jaren ouder zijn!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s